Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

2.38 Onderdeel 15 betoogt dat het hof [verweerder] c.s. niet-ontvankelijk had behoren te verklaren in hun meer-subsidiair gevorderde verklaring voor recht, inhoudende dat de opzegging door [eiser] van het erfpachtrecht niet rechtsgeldig is, omdat die vordering tegen de verkeerde persoon is gericht nu niet [eiser] maar [B] (c.q. [A]) B.V. als eigenaar van het perceel grond de erfpacht daags na de overdracht aan [verweerder] c.s. heeft opgezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 43932 tot 44392.