Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004
Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.
2.42 Onder deze omstandigheden behoefde het hof niet - ook niet ambtshalve - de ontvankelijkheid van [verweerder] c.s. in zijn in conventie meer-subsidiaire gevorderde verklaring voor recht te onderzoeken, waarbij ik ook op wijs dat, gelet op zijn eigen verwijzingen naar de hier bedoelde opzegging(sbrief)(36), de gedingstukken geen andere gevolgtrekking toelaten dan dat [eiser] in eerste aanleg en in hoger beroep zelf onder "[eiser]" mede de twee genoemde vennootschappen heeft bedoeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 45737 tot 46241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a | shasum -a 256