Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

"Met [verweerder] [c.s] is de rechtbank van oordeel dat uit de fietsverhuurovereenkomst volgt dat deze slechts een samenwerking tussen partijen inhield, inhoudende dat [eiser] aanspraak had op 65% van de omzet van de fietsverhuur tegenover de levering van fietsen en onderdelen door [eiser]. Uit deze overeenkomst blijkt niet dat de fietsverhuurovereenkomst [verweerder 1] tevens de bevoegdheid gaf om fietsen te verhuren. Ook uit de onderhuurovereenkomst en uit de erfpachtovereenkomst blijkt deze bevoegdheid echter niet. Zoals [eiser] terecht heeft opgemerkt kan uit artikel 2 lid 1 van de erfpachtakte zelfs het tegendeel worden opgemaakt; de bestemmingen van het perceel grond staan limitatief opgesomd, zonder dat verhuur van fietsen wordt genoemd. Hoewel dus in geen enkele overeenkomst de bevoegdheid tot verhuur van fietsen expliciet wordt genoemd, zijn partijen het er over eens dat in ieder geval gedurende de looptijd van de fietsverhuurovereenkomst de bevoegdheid voor [verweerder 1] bestond om fietsen te verhuren. Vanaf het begin van de erfpachtovereenkomst - 30 december 1992 - tot het einde van de fietsverhuurovereenkomst - 1 maart 1996 - was het verhuren van fietsen aan derden door [verweerder 1] op en vanaf het perceel grond ook in de visie van [eiser] kennelijk niet in strijd met artikel 2 lid 1 van de erfpachtakte. Door het sluiten van de erfpachtovereenkomst op een moment dat [eiser] er van op de hoogte was - en daaraan ook zijn goedkeuring verleende - dat [verweerder 1] fietsen verhuurde aan derden op en vanaf het perceel grond, heeft [eiser] (impliciet) toestemming aan [verweerder 1] verleend om aan het perceel grond een van artikel 2 lid 1 van de erfpachtakte afwijkende bestemming te geven, te weten verhuur van fietsen. Indien [eiser] deze toestemming had willen beperken tot de duur van de fietsverhuurovereenkomst, had het op de weg van [eiser] gelegen om zulks uitdrukkelijk te bedingen, hetgeen gesteld noch gebleken is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 16078 tot 18053.