Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

2.4 Onderdeel 1 klaagt dat het hof in de rechtsoverwegingen 24 en 25 art. 149 Rv. heeft geschonden door de juistheid van het standpunt van [verweerder] c.s. aan te nemen terwijl [eiser] dat standpunt gemotiveerd heeft weersproken, althans onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang door niet te motiveren waarom het hof het standpunt van [verweerder] c.s. als vaststaand meende te moeten beschouwen. Onderdeel 2 voegt hieraan toe dat het hof voorts aldus de hoofdregel van art. 150 Rv. heeft geschonden nu de bewijslast van de door [verweerder] c.s. gestelde (impliciete) toestemming van [eiser] gegeven zijn tegenspraak op [verweerder] c.s. rust, althans onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn gedachtegang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 20018 tot 20754.