Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 70 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.

2.5 Bovendien heeft het hof volgens onderdeel 3 miskend dat (de inhoud van) art. 2 lid 1 van de erfpachtakte op grond van art. 157 lid 2 Rv. dwingend bewijs oplevert van de beperkingen in de bestemming van het in erfpacht uitgegeven perceel. Dit onderdeel acht zonder nadere motivering onbegrijpelijk waarom het hof meende die dwingende bewijskracht buiten beschouwing te moeten laten en waarom het hof niet op grond van de erfpachtakte en de fietsverhuurovereenkomst (behoudens tegenbewijs door [verweerder] c.s.) als bewezen heeft aangenomen dat [verweerder] c.s. niet bevoegd waren om buiten de fietsverhuurovereenkomst om fietsen aan derden te verhuren op en vanaf het perceel grond. Daarnaast heeft het hof - aldus onderdeel 4 - miskend dat [eiser] had moeten worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs nu [eiser] daartoe bij memorie van grieven onder 53 een aanbod had gedaan. Het hof had dan ook, aldus dit onderdeel, niet zonder enige motivering aan dit bewijsaanbod mogen voorbijgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 20774 tot 21787.