Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9665.
2.6 Volgens onderdeel 5 is in ieder geval het in de bestreden rechtsoverwegingen besloten liggende oordeel dat (impliciet) toestemming aan [verweerder] c.s. is verleend om aan dat perceel een van art. 2 lid 1 van de erfpachtakte afwijkende bestemming te geven (fietsverhuur) die niet beperkt is tot de duur van de fietsverhuurovereenkomst, onbegrijpelijk, nu dit oordeel niet zonder meer uit deze rechtsoverwegingen volgt. Zonder nadere motivering valt niet in te zien hoe het hof, in het licht van de bestemming in art. 2 lid 1 van de erfpachtakte en de stelling van [eiser] dat hij uit concurrentieoogpunt een rechtens te respecteren belang bij de fietsverhuurovereenkomst had, tot een andere conclusie kon komen dan dat zijn toestemming tot fietsverhuur ook ten tijde van het sluiten van de erfpachtovereenkomst beperkt bleef tot de duur van de fietsverhuurovereenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a, en de alinea staat in dat document op bytes 21807 tot 22693.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbe90bf617c22fd111a867544a5f0c286154d6691db777fbbcff9980e5ce094a | shasum -a 256