Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Alinea 119 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.
11. Voor zover de curator met zijn betoog in onderdeel 15 van de pleitnota in hoger beroep zou willen stellen dat [verweerder] geacht moet worden alsnog akkoord te zijn gegaan met het door de curator laten vallen van de voorwaarde waaronder [verweerder] zich op 6 april 2000 akkoord heeft verklaard met het aanbod van de curator, gaat het hof daaraan voorbij. Uit hetgeen de curator in dat onderdeel voorts stelt en uit de door hem genoemde brief van 30 augustus 2000 aan [verweerder], moet immers kennelijk worden afgeleid dat [verweerder] na 12 april 2000 nimmer enige verklaring heeft afgelegd of actie heeft ondernomen waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat hij zich, ondanks de omstandigheid dat niet was voldaan aan de voorwaarde waaronder de overeenkomst was gesloten, daaraan niettemin welbewust gebonden achtte of wilde achten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 26078 tot 26942.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e | shasum -a 256