Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.

4.3. Voor zover het middel in de tweede alinea op p. 3 en op p. 5 (midden) betoogt(5) dat het in dit geval niét om een in een overeenkomst opgenomen voorwaarde zou gaan, maar 'om een geheel spontaan en eenzijdig door de curator aan (de handhaving van) zijn eigen aanbod verbonden voorwaarde', en dat daarvoor andere uitlegregels zouden gelden, miskent het dat door de aanvaarding zijdens [verweerder] van het aanbod van de curator een overeenkomst tot stand gekomen is. Zo er vóór de aanvaarding van het aanbod door [verweerder] al gesproken kon worden van een voorwaardelijk aanbod (en niet van een aanbod tot het sluiten van een overeenkomst onder opschortende voorwaarde), kan er geen twijfel over bestaan dat vanaf het moment dat het aanbod door [verweerder] werd aanvaard gesproken moet worden van een overeenkomst onder opschortende voorwaarde. Op dat moment zijn de eenzijdige rechtshandelingen: (voorwaardelijk) aanbod en aanvaarding, opgegaan in de tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. Dat het onderhavige aanbod geheel op initiatief van de curator is gedaan en [verweerder] dit vervolgens onvoorwaardelijk heeft geaccepteerd, doet hier niet aan af. Er was nadien dus geen sprake meer van alleen een (voorwaardelijk) aanbod, maar van een door het aanbod en de acceptatie daarvan totstandgekomen - en uit te leggen - overeenkomst onder voorwaarde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 29831 tot 31213.