Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.

4.4.1. Aan het arrest ontleen ik het volgende. Partijen, Blonk en De Renkumsche Heide, hadden een overeenkomst omtrent de koop en verkoop van een onroerend goed gesloten. De overeenkomst bevatte een aantal opschortende voorwaarden (waaronder de voorwaarde dat de koper, Blonk, van de gemeente een vergunning zou krijgen om het gekochte huis als weekendverblijf en/of vakantieverblijf te gebruiken), welke evenwel niet in vervulling gingen. Desondanks wilde Blonk de overeenkomst gestand doen, waartoe hij De Renkumsche Heide voor de rechtbank te Zutphen daagde en veroordeling tot medewerking aan het transport van het betreffende onroerend goed vorderde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 31870 tot 32539.