Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 149 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.

Dat het bij de beantwoording van de vraag of in een overeenkomst zoals in de Blonk-zaak en in de nu voorliggende zaak een eenzijdige bevoegdheid van een partij tot het afstand doen van een daarin opgenomen opschortende voorwaarde besloten ligt, niet enkel aankomt op hetgeen schriftelijk of zuiver taalkundig is neergelegd, blijkt ook al uit het Blonk-arrest zelf. De Hoge Raad overweegt daar immers dat de omstandigheid, dat een opschortende voorwaarde uitsluitend in het belang van een der partijen is opgenomen, een argument kan opleveren voor een uitlegging van de overeenkomst in de hiervoor bedoelde zin (maar op zichzelf dus niet een doorslaggevend argument, zo roep ik in herinnering).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 37622 tot 38329.