Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 160 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.

Behoudens voor zover de hierna te bespreken, door de curator ingeroepen (hypothetische) feiten en omstandigheden anders zouden leren, was er voor het hof geen plicht of aanleiding (zo het hof daarmee al niet buiten de rechtsstrijd van partijen zou treden) om 'op zoek te gaan' naar eventuele verdere omstandigheden met het oog op de betekenis die partijen over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij is in aanmerking te nemen dat de curator niet gesteld heeft (zomin als [verweerder] gesteld heeft) dat aan de brief van 23 maart 2000 en/of aan de schriftelijke akkoordverklaring door [verweerder] d.d. 6 april 2000 onderhandelingen tussen partijen vooraf zouden zijn gegaan.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 41500 tot 42302.