Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Alinea 167 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.
Uitgaande van HR 10 maart 1967, NJ 1967, 194, is 's hofs rechtsopvatting niet onjuist, nu ingevolge deze rechtspraak het enkele feit dat een opschortende voorwaarde uitsluitend in het belang van een der partijen is opgenomen, geen grond geeft om aan te nemen dat die partij door een eenzijdige wilsverklaring de voorwaardelijke verbintenis tot een zuivere verbintenis kan maken. Volgens de regels van genoemd arrest moet een zodanige eenzijdige bevoegdheid bedongen zijn. Weliswaar kan, nog steeds volgens dit arrest, de loutere - eventueel vaststaande - omstandigheid dat een opschortende voorwaarde uitsluitend in het belang van een der partijen is opgenomen een argument opleveren voor een uitlegging van de overeenkomst in de zin dat sprake is van een eenzijdige bevoegdheid om door daarvan afstand te doen de voorwaardelijke verbintenis tot een zuivere te maken, maar dat argument is (op zichzelf) onvoldoende om dááruit het bedingen van die eenzijdige bevoegdheid af te leiden. Deze rechtsopvatting van de Hoge Raad acht ik niet door het Haviltex-arrest van 1981 achterhaald; naar de Haviltex-norm zou de stipulator immers ook redelijkerwijs moeten hebben kunnen verwachten dat het beding door de wederpartij ook in de door hem bedoelde zin begrepen zou moeten zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 43967 tot 45255.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e | shasum -a 256