Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 177 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP9666.

4.19. In de overlopende passage van p. 3 naar p. 4 wordt naar voren gebracht dat uit het procesdossier niet blijkt en in elk geval door het hof niet als feit aan zijn beslissing mede ten grondslag is gelegd, dat [verweerder] bij zijn schriftelijke, voorbehoudloze aanvaarding van het aanbod van de curator op 6 april 2000 er daadwerkelijk vertrouwen in heeft gesteld dat deze voorwaarde mede in zijn belang was gesteld en/of dat hij ook zelf een beroep op de niet-vervulling ervan zou mogen doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5551db21baa80c0daa899bef190e9bbc7188fe97261fe1ca75733e99058da82e, en de alinea staat in dat document op bytes 49425 tot 49935.