Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 december 2004
Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 3 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0196.
Middelonderdeel 2.4 strekt ten betoge dat het hof had moeten anticiperen op het nieuwe, op 1 januari 2003 in werking getreden art. 4:52 BW, inhoudende dat een beschikking die is getroffen ten voordele van degene met wie de erflater is gehuwd op het moment van het maken van de uiterste wil of met wie reeds trouwbeloften zijn gewisseld, vervalt door een daarna ingetreden echtscheiding of scheiding van tafel en bed tenzij uit de uiterste wil zelf het tegendeel blijkt; in dat verband wordt betoogd dat een redelijke uitleg van deze bepaling, waarop de familie zich in appel expliciet heeft beroepen, meebrengt dat zij ook van toepassing is ingeval geen trouwbeloften zijn gewisseld doch sprake is geweest van samenwonen althans indien zulks gepaard is gegaan met een samenlevingscontract. De eveneens in het middelonderdeel vervatte klacht dat deze bepaling rechtstreeks van toepassing is omdat aan haar onmiddellijke werking toekomt, is in de schriftelijke toelichting kennelijk ingetrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97f4397ac36edd1d3d1b951fd3d794cf6ab40a7413dbb0475114ccdff1e4818f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97f4397ac36edd1d3d1b951fd3d794cf6ab40a7413dbb0475114ccdff1e4818f, en de alinea staat in dat document op bytes 22473 tot 23479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97f4397ac36edd1d3d1b951fd3d794cf6ab40a7413dbb0475114ccdff1e4818f | shasum -a 256