Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
2) Bij exploot van 12 november 2001 heeft [eiseres] [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank te Zwolle. Zij heeft gevorderd, voozover in cassatie van belang, [verweerder] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 9.494,55 (ƒ 20.923,24). [eiseres] heeft daartoe aangevoerd dat [verweerder], al dan niet gebruikmakend van een volmacht, voornoemd bedrag bij de Regiobank heeft opgehaald en heeft gestort op de girorekening van [betrokkene 2] en/of hemzelf. Voorts heeft zij zich op het standpunt gesteld dat de toe-eigening van het bedrag is een verduistering, althans een handeling in strijd met hetgeen jegens haar betaamde, althans een ongerechtvaardigde verrijking van [verweerder] ten koste van haar. Subsidair heeft zij betoogd dat voorzover de verkrijging van het bedrag door [verweerder] heeft te gelden als een betaling door haar aan [verweerder], sprake is van een onverschuldigde betaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 5970 tot 6894.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256