Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
7) Ik zie aanleiding eerst onderdeel 2 te behandelen, dat zich tegen r.o. 5.6 van 's hofs arrest keert. Subonderdeel 2.1 bevat geen klacht. Subonderdeel 2.2 voert in de eerste plaats aan, kort weergegeven, dat het hof van een onbegrijpelijke, want te beperkte lezing van de stellingen van [eiseres] uitgaat door die stellingen uit te leggen als slechts betrekking hebbend op een "afspraak" om het bedrag op de 'en/of'-girorekening van [betrokkene 2] en [verweerder] te parkeren. In de tweede plaats betoogt het dat voor [eiseres]s besef dat zonder rechtsgrond is betaald én voor haar bekendheid met de schade, uitsluitend van belang is haar (zuiver subjectieve) perceptie daaromtrent, niet of enigerlei "parkeer-afspraak" tot stand is gekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 13247 tot 14005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256