Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
In het voetspoor van de eerste klacht slaagt ook de tweede. Bij de beoordeling van het beroep op verjaring, met name van het bekendheidsvereiste van de art. 3:309 en 3:310 BW, dient te worden uitgegaan van hetgeen [eiseres] heeft beoogd en begrepen. Zie verder hierover de volgende nummers.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 15452 tot 15756.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256