Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.

10) Tegen deze achtergrond acht ik de klachten terecht voorgesteld. [Eiseres] heeft gesteld dat zij in de veronderstelling verkeerde dat het bedrag van ƒ 20.923,24 op de en/of-rekening van [betrokkene 2] en [verweerder] werd 'geparkeerd' en dat haar moeder de positie innam van een bank als 'instantie' die het geld onder zich nam en op wie een vordering tot terugbetaling bestond, welke vordering zij geldend zou maken in het kader van de afwikkeling van de erfenis van [betrokkene 2]. Onder die omstandigheden schijnt mij het oordeel dat haar bekendheid met de overschrijving de bekendheid met de vordering uit onverschuldigde betaling impliceerde, onjuist althans onbegrijpelijk toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 19534 tot 20235.