Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
Immers, in de optiek van [eiseres] bestond nu juist wel een rechtsgrond, aangezien zij beheer van het geld via de rekening van haar moeder beoogde. Zelf zou ik er geen bezwaar tegen hebben die intentie als een rechtsgrond in de zin van art. 6:203 BW te beschouwen. Ook bijv. een (eenzijdige) bevoordelingsbedoeling kan de rechtsgrond voor een betaling opleveren. Maar ook als men dat anders ziet, doet dat niet af aan het feit dat die intentie voor haar de reden van de betaling vormde, zodat er in haar perceptie geen vordering uit onverschuldigde betaling was ontstaan en zij daar dus ook niet - in de terminologie van art. 3:309 - mee bekend was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 20243 tot 20906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256