Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
Om deze reden wordt ook de slotzin van r.o. 5.5 terecht door het middel (onder 1.2.3) bestreden. Inderdaad is in het systeem van afd. 6.4.2 voor het begrip onverschuldigde betaling niet vereist dat de betaler zich realiseerde dat hij betaalde; zo kan het vervoeren van een verstekeling als een onverschuldigde betaling worden beschouwd. Vgl. Asser-Hartkamp 4-III (2002), nr. 321. Maar voor het aanvangen van de verjaringstermijn van de vordering uit onverschuldigde betaling is wel vereist dat de vervoerder weet dat hij de onverschuldigde betaling heeft gedaan, d.w.z. dat hij de verstekeling heeft vervoerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 20914 tot 21537.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256