Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
Tracht men het geval in te passen in het stelsel van het verjaringsrecht, dan dringt zich de associatie met art. 3:307 lid 2 op. Deze bepaling handelt over de verjaring van een vordering tot nakoming van een verbintenis na onbepaalde tijd; die bepaling, die een overeenkomst veronderstelt, zou zich m.i. voor analoge toepassing op een casus als de onderhavige lenen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 21545 tot 21925.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256