Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.

Tegen 's hofs gedachtegang pleit ook nog het volgende. Ik begrijp de gedingstukken aldus dat de en/of-rekening deel van het vermogen van [betrokkene 2] vormde, met dien verstande dat [verweerder] daarover (mede) het beheer voerde. Storting op die rekening laat zich m.i. dan eerder begrijpen als een betaling aan [betrokkene 2] dan aan [verweerder]. Ook om die reden ligt het niet voor de hand in de verhouding [eiseres]/[verweerder] de regel van art. 3:309 van toepassing te achten, althans niet om dat al dadelijk op het ogenblik van de betaling te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 21933 tot 22502.