Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.

12) Tegen deze achtergrond slaagt m.i. de klacht van de subonderdelen 1.3.1 en 1.3.3. Voor de aanvang van de verjaringstermijn van de schadevergoedingsvordering is in casu van belang wanneer [eiseres] bekend is geworden met het feit dat [verweerder] onrechtmatig heeft gehandeld; bij gebreke van aanwijzingen in andere zin kan immers worden aangenomen dat zij op dat tijdstip daadwerkelijk in staat was een rechtsvordering in te stellen. Het hof heeft omtrent dat tijdstip niets vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 23631 tot 24136.