Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.
Het hof heeft in r.o. 5.2 eerst de overweging van de rechtbank weergegeven dat [eiseres] reeds vanaf begin februari 1995 wist dat het bedrag door [verweerder] zonder haar toestemming van haar rekening was afgeschreven en zonder enige rechtsgrond was gestort op de 'en/of'-girorekening van [betrokkene 2] en [verweerder], waarna het hof de tegen (o.a.) deze overweging gerichte grieven van [eiseres] heeft beoordeeld onder vooropstelling van art. 3:310 BW (r.o. 5.4). Wat de schadevergoedingsvordering aangaat, strekte grief 1 ten betoge dat [eiseres] haar vordering mede baseert op onrechtmatige daad, bestaande in de toeëigening door [verweerder] van het bedrag van de en/of-girorekening, en dat zij met die toeëigening niet eerder dan in 2001 bekend is geworden toen haar bleek dat de en/of-girorekening geen saldo meer had en de nalatenschap van [betrokkene 2] geen enkele bate omvatte (zie memorie van grieven, nr. 2.2, 5e alinea).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 24144 tot 25095.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e | shasum -a 256