Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR0309.

13) Blijkens r.o. 5.7 heeft het hof zijn oordeel omtrent de verjaring mede laten steunen op het de overweging dat [eiseres], kort gezegd, niet kan klagen over de onttrekking aan de en/of-rekening door [verweerder], omdat zij niet gemotiveerd heeft gesteld dat zij betaler c.q. rechthebbende is van het bedrag op die rekening dat aan [verweerder] is betaald. Terecht naar mijn mening klaagt onderdeel 3 over de onbegrijpelijkheid van die overweging. [Eiseres] heeft immers gesteld dat zij het geld ten titel van beheer (bewaargeving) op die rekening heeft 'geparkeerd', in de veronderstelling dat zij het geld, dat materieel aan haar toebehoorde, later weer terug zou krijgen. Niet valt in te zien waarom de onttrekking van het geld aan de rekening, waardoor de mogelijkheid van restitutie aan [eiseres] is verijdeld, niet als een onrechtmatige daad zou kunnen worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73d3cdbebae388df2d2e25d2900fbb36cee78b40847866ca54bbe24fbe68179e, en de alinea staat in dat document op bytes 26751 tot 27643.