Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR1049.

15. Het vorenstaande leidt ertoe dat de dagelijkse totale reistijd van [eiser] in de periode van 20 mei 1992 tot 1 januari 1995 dient te worden vastgesteld aan de hand van de reisduur die in die periode nodig was om volgens de dienstregeling van het snelste openbaar vervoermiddel te reizen van huis naar het (eerste) werkobject, van het ene werkobject naar het andere werkobject en van het (laatste) werkobject naar huis, exclusief loop- en wachttijden. Bij memorie van grieven heeft [eiser] gesteld dat in de periode van 20 mei 1992 tot 1 januari 1995 zijn totale dagelijkse totale reistijd "volgens de dienstregeling van het snelste openbaar vervoermiddel" 139 minuten bedroeg. In deze berekening van de totale reistijd van [eiser] in de periode van 20 mei 1992 tot 1 januari 1995 is mede uitgegaan van reistijd die gemoeid was met het tussendoor reizen van en naar huis (het traject "ING naar huis" met een tijdsduur van 25 minuten en het traject "Van huis naar PTT Autolease" met een tijdsduur van 35 minuten).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828, en de alinea staat in dat document op bytes 13651 tot 14679.