Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR1049.

2.9 Onderdeel 2 is gericht tegen de rov. 16 en 17, hiervoor geciteerd. Bij haar uitleg van de regeling heeft de rechtbank volgens [eiser] miskend dat een wijziging van de tekst van de CAO die dateert van (ruimschoots) na de periode waarin de uit te leggen CAO-bepaling gold, voor de werknemers in die periode niet kenbaar was. Een dergelijke (latere) wijziging behoort niet tot de tekst van of de toelichting op de uit te leggen CAO en mag dan ook niet bij de uitleg worden betrokken. Ook de wijze waarop werkgevers een CAO-bepaling bij wijze van "gewoonte" toepassen, behoort niet te worden betrokken bij de uitleg van datgene wat naar objectieve maatstaven uit de tekst van de CAO voortvloeit. De art. 12 en 13 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst en art. 3 Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten zijn er juist op gericht te bewerkstelligen dat de inhoud van de CAO de handelwijze en "gewoontes" van de aan de CAO onderworpen werkgevers bepaalt, aldus [eiser].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828, en de alinea staat in dat document op bytes 25253 tot 26308.