Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR1049.
2.14 Ook bij de bespreking van deze laatste klacht stel ik voorop dat de rechtbank in rov. 11 heeft vastgesteld dat in de reistijden- en reiskostenregeling "ervan wordt uitgegaan dat de dagelijkse totale reistijd de volgende drie 'tijdstrajecten' omvat: de reistijd die gemoeid is met het reizen van huis naar het (eerste) werkobject, de reistijd die (eventueel) gemoeid is met het reizen van het ene werkobject naar het andere werkobject en de reistijd die gemoeid is met het reizen van het (laatste) werkobject naar huis", en dat de rechtbank in rov. 12 heeft geconcludeerd dat "gelet op de tekst van de tot 1 januari 1995 geldende reistijden- en reiskostenregeling ervan moet worden uitgegaan dat onder de dagelijkse "totale reistijd" dient te worden verstaan, de reisduur die nodig is om volgens de dienstregeling van het snelste openbaar vervoermiddel te reizen van huis naar het (eerste) werkobject, van het ene werkobject naar het andere werkobject en van het (laatste) werkobject naar huis". Reeds in deze vaststelling en in deze conclusie (die, afgezien van de daaraan door de rechtbank verbonden "uitsluiting" van looptijden ter overbrugging van de afstand tussen de woning van [eiser] en het meest nabije vertrek- en aankomstpunt van het openbaar vervoer in rov. 12, in cassatie niet zijn bestreden) ligt naar mijn mening het oordeel besloten dat de reistijden- en reiskostenregeling met de term "reistijd van huis naar werkobject en vice versa" slechts het eerste en het laatste reistraject (de reis van huis naar het eerste werkobject en de reis van het laatste werkobject naar huis) aanduidt. Ik lees rov. 16 vervolgens aldus, dat de rechtbank, vooral responderend op het standpunt van [eiser] dat vóór 1995 niet de voorwaarde gold dat de werknemer aansluitend op verschillende objecten werkt, daarin tot uitdrukking heeft gebracht dat de latere toevoeging van die voorwaarde voor de periode tot 1 januari 1995 niet tot een andere uitleg van de term "reistijd van huis naar werkobject en vice versa" dwingt. Waar de rechtbank in rov. 17 heeft overwogen dat de reistijd die was gemoeid met het tussendoor reizen van en naar huis derhalve op de door [eiser] gestelde, dagelijkse totale reistijd in mindering dient te worden gebracht, heeft de rechtbank, anders dan [eiser] onder 8 van de cassatiedagvaarding veronderstelt, zich niet louter op haar overwegingen als vervat in rov. 16 gebaseerd. Voor zover het onderdeel op een tegengestelde opvatting is gebaseerd, mist het naar mijn mening feitelijke grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828, en de alinea staat in dat document op bytes 36680 tot 39218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2152b81d9f4306f72601ae92f969feff7d015f3d3b07dcc735a79b6686ca2828 | shasum -a 256