Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR1739.

30 Zie mijn conclusie voor HR 24 mei 2002, NJ 2003, 268 onder 4.29.3 - 4.40; de kwestie wordt daar mede in verband gebracht met het declaratoire karakter van rechtspraak. Ook onder 4.65.2 komt de kwestie aan bod. Ook in mijn conclusie voor HR 31 oktober 2003, RvdW 2003, 169 onder 3.18, 3.30 - 3.33 wordt uitvoerig op deze materie ingegaan; in beide conclusies worden ook verdere vindplaatsen genoemd. Ook in Verbintenissen uit de wet en Schadevergoeding (2003) nr 335 blz. 338 wordt de in de tekst verdedigde opvatting bepleit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3c1dae10b3f5ba39e9980eee9d2c12025fcd0f77a531e033f210a714422280f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3c1dae10b3f5ba39e9980eee9d2c12025fcd0f77a531e033f210a714422280f, en de alinea staat in dat document op bytes 49860 tot 50401.