Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR1739.

4.26.1 Ook Smeehuijzen, toch een fervent pleitbezorger van de in het Saelman-arrest ingezette koers(33), heeft op het punt van gebrekkige rechtskennis zijn twijfels aan de subjectieve uitleg van art. 3:310 lid 1 BW. Hij acht de letterlijke interpretatie van het criterium 'daadwerkelijk in staat om' moeilijk te omzeilen: wie niet weet dat hij een recht heeft, kan het immers niet 'daadwerkelijk' in rechte geldend maken. Deze redenering gaat hem evenwel een stap te ver. Een ieder wordt geacht het recht te kennen. Het rechtsleven zou welhaast onmogelijk worden gemaakt als die fictie zou worden losgelaten, aldus Smeehuijzen.(34) Ook Van Dijk meent dat de bekendheid niet ziet op de juridische kant van de zaak.(35)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3c1dae10b3f5ba39e9980eee9d2c12025fcd0f77a531e033f210a714422280f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3c1dae10b3f5ba39e9980eee9d2c12025fcd0f77a531e033f210a714422280f, en de alinea staat in dat document op bytes 32666 tot 33397.