Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR2105.

3.33. Indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in een GBA of wiens feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland of wiens adres in het buitenland bekend is, rechtsgeldig is betekend en de verdachte noch zijn raadsman op de terechtzitting is verschenen, kan de rechter - behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel - uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f83fcd3651d6f1ed7a3c1bf86e4bb4ffbe163d05096aba2eb21713bb3c66c24a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f83fcd3651d6f1ed7a3c1bf86e4bb4ffbe163d05096aba2eb21713bb3c66c24a, en de alinea staat in dat document op bytes 13626 tot 14120.