Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR2105.

3.40. In de hiervoor onder 3.38 en 3.39 genoemde gevallen is derhalve de betekening van de appèldagvaarding volgens de wettelijke voorschriften met inachtneming van het GBA-adres weliswaar geldig, maar mag de zaak niet in behandeling worden genomen dan nadat is gehandeld overeenkomstig hetgeen in 3.38 en 3.39 is overwogen. Dit is anders wanneer de appèlrechter aannemelijk oordeelt dat de verdachte geen prijs stelt op berechting in zijn tegenwoordigheid en dus (alsnog) vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f83fcd3651d6f1ed7a3c1bf86e4bb4ffbe163d05096aba2eb21713bb3c66c24a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f83fcd3651d6f1ed7a3c1bf86e4bb4ffbe163d05096aba2eb21713bb3c66c24a, en de alinea staat in dat document op bytes 18065 tot 18614.