Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR2190.

Willen de uitkomsten van de statistische berekeningen als onderhavige - gelet op de daarbij gebruikte aannames - in casu bijdragen tot de bewijsvoering, dan is daartoe vereist dat buiten redelijke twijfel zal moeten zijn dat voor het statistische verband tussen verdachte en de op de telastlegging genoemde incidenten, geen alternatieve verklaring bestaat (a). Voorts zal in elke individuele zaak tevens buiten redelijke twijfel moeten zijn dat het emstige incident bij het betreffende kind niet verklaard kan worden door een buiten verdachte gelegen medische oorzaak (b). Daarnaast zullen er in elke individuele zaak ook concrete andere bewijsmiddelen voorhanden moeten zijn die wijzen op een causaal verband tussen het handelen en/of nalaten van verdachte en het zich voordoen van de incidenten (c).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e68058f373c02483c4ea27d9804f2ed30192606b16b50211b6744b4b384c0ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e68058f373c02483c4ea27d9804f2ed30192606b16b50211b6744b4b384c0ba, en de alinea staat in dat document op bytes 13532 tot 14346.