Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR2437.
Integendeel, zo meent de steller van het middel, nu de advocaat-generaal in het imprimé van het vorderingsformulier heeft laten staan de woorden "onder aanhaling van de in het vonnis, waarvan beroep, vermelde wetsartikelen", en in dat vonnis bij de toepasselijke wettelijke voorschriften ook art. 56 Sr is genoemd, moet het ervoor gehouden worden dat de advocaat-generaal zijn eis heeft doen berusten op het standpunt dat de onder 2a en 2b, respectievelijk onder 3 bewezen geachte feiten een voortgezette handeling opleveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a20656088590575814e909c1cb1537ebc043c425f05176fafc1f11b86116f12c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a20656088590575814e909c1cb1537ebc043c425f05176fafc1f11b86116f12c, en de alinea staat in dat document op bytes 14103 tot 14642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a20656088590575814e909c1cb1537ebc043c425f05176fafc1f11b86116f12c | shasum -a 256