Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3021.
3.4 Bij beantwoording van het middel moet worden vooropgesteld dat de vordering tot ontneming als bedoeld in art. 36e Sr jo art. 511b Sv de inleiding op het vervolg van een strafprocedure is en ingevolge art. 511e, eerste lid onder a, Sv fungeert als de aanleiding voor een oordeel van de ontnemingsrechter.(1) Dat is ook begrijpelijk. De ontnemingsprocedure is immers enkel een sequeel van een strafvervolging en niet een op zichzelf staande procedure.(2) Dat betekent dat de vordering niet de grondslag van de ontnemingsprocedure kan zijn op dezelfde manier als de tenlastelegging de grondslag van beraadslaging en uitspraak in de hoofdzaak is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b, en de alinea staat in dat document op bytes 6962 tot 7622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b | shasum -a 256