Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 17 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3021.

3.6 Het enkele feit dat de Advocaat-Generaal concludeert tot afwijzing van die vordering neemt dus niet weg dat de ontnemingsrechter ook in hoger beroep naar aanleiding van de inleidende vordering dient te oordelen over de eventuele oplegging van een ontnemingsmaatregel. In hoger beroep vindt ook in een ontnemingszaak een nieuwe behandeling en beoordeling van de gehele zaak plaats.(7) Bij zijn requisitoir geeft de Advocaat-Generaal, net als de Officier van Justitie in eerste aanleg heeft gedaan, slechts nadere invulling aan de onderliggende vordering. Voorts is het Hof evenmin als de rechter in eerste aanleg gebonden aan die nadere invulling en dient het zelfstandig een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel te verrichten en te beslissen of en zo ja, tot welk bedrag een ontnemingsmaatregel dient te worden opgelegd. Ook in de woorden van de Advocaat-Generaal, dat de vordering dient te worden afgewezen, ligt besloten dat in de opinie van de A-G het hof nog wel degelijk op de vordering diende te beslissen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b, en de alinea staat in dat document op bytes 8901 tot 9947.