Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3021.

Uit de wet kan niet ondubbelzinnig volgen dat de ontnemingsvordering na de aanvang van het onderzoek in eerste aanleg niet meer kan worden ingetrokken. De wetstekst lijkt hier echter wel impliciet van uit te gaan, nu in art. 511b, vierde lid, Sv art. 266 Sv van overeenkomstige toepassing is verklaard. Op grond van art. 266, eerste lid, Sv kan de Officier van Justitie de dagvaarding intrekken zolang het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen. De toepasselijkheid van art. 266 Sv in de ontnemingsprocedure heeft mijns inziens tot gevolg dat de vordering, net als de dagvaarding in de daarmee samenhangende strafzaak, na de aanvang van het onderzoek ter zitting niet meer kan worden ingetrokken.(9) Indien de Officier van Justitie danwel de Advocaat-Generaal vanaf dat moment de ontnemingsvordering niet wil doorzetten, zal hij dus - zoals in casu is gebeurd - tot afwijzing van zijn vordering moeten concluderen. In dat geval blijft evenwel de rechter bevoegd om van die eis af te wijken en aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel op te leggen.(10)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b, en de alinea staat in dat document op bytes 11165 tot 12245.