Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3021.

4.3 Naar het oordeel van de wetgever mogen de belangen van de derde die door het strafbaar feit is benadeeld door het opleggen van de maatregel niet worden geschaad. Dat is ook de strekking van art. 36e lid 6 Sr.(13) De regeling van art. 36e, zesde lid, Sr beoogt anderzijds te voorkomen dat iemand hetzelfde wederrechtelijk verkregen voordeel meermalen zou moeten terugbetalen, zij het aan verschillende (rechts)personen. Dit brengt mee dat bij de toepassing van die regeling slechts in aanmerking komt de in rechte toegekende vordering van een (rechts)persoon strekkende tot vergoeding van diens schade als gevolg van het feit waarop de ontnemingsvordering (mede) steunt, indien en voorzover tegenover die schade een daarmee corresponderend voordeel voor de betrokkene staat.(14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6e41b7446f2869a0c2d0d4a7c788c42587a108e3d4ee134f605a0d6ebdbb59b, en de alinea staat in dat document op bytes 13705 tot 14500.