Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3217.

3.3 Het hof heeft de voor het bewijs gebruik gemaakt van verklaringen van verdachte, het slachtoffer [slachtoffer], [zoon van verdachte] en [vrouw van verdachte]. In een nadere bewijsoverweging heeft het hof het gevoerde bewijsverweer verworpen. Dit oordeel komt erop neer dat de verklaringen van van [zoon van verdachte] en [vrouw van verdachte] bruikbaar zijn voor het bewijs, nu de wijze waarop zij zijn verhoord de betrouwbaarheid daarvan niet op onaanvaardbare wijze heeft aangetast, zij beiden over hun eigen waarneming hebben verklaard en overigens niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat de verklaringen niet betrouwbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc22cd0f3a67b4443c79cbd5766e29aedb3fa71fd7746f34b72434aa15223c2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc22cd0f3a67b4443c79cbd5766e29aedb3fa71fd7746f34b72434aa15223c2c, en de alinea staat in dat document op bytes 6723 tot 7413.