Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3217.

3.5 Het hof heeft in het betoog van de advocaat kennelijk niet een verzoek gezien dat voldoende stellig was geformuleerd om art. 330 Sv in beeld te brengen. Het hof heeft het betoog kennelijk aldus verstaan dat enkel indien het hof de mening van de verdediging zou volgen dat het schortte aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de door de advocaat genoemde personen ('naar aanleiding van het bovenstaande') deze personen nader zouden moeten worden gehoord.(5) Het hof heeft uitdrukkelijk in zijn Nadere bewijsoverwegingen in de aanvulling van het verkort arrest gemotiveerd waarom het de verklaringen van de getuigen voldoende betrouwbaar achtte om die voor het bewijs te bezigen. Vandaar dat het hof zich ontslagen achtte van de verplichting om nog eens expliciet te reageren op het gevoerde betoog. De uitleg die het hof aan het gevoerde betoog heeft gegeven acht ik niet onbegrijpelijk en het hof heeft kunnen menen dat het door de Nadere bewijsoverwegingen voldoende aan de bezwaren van de verdediging is tegemoetgekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc22cd0f3a67b4443c79cbd5766e29aedb3fa71fd7746f34b72434aa15223c2c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc22cd0f3a67b4443c79cbd5766e29aedb3fa71fd7746f34b72434aa15223c2c, en de alinea staat in dat document op bytes 8122 tot 9168.