Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3280.

hij in de periode van 11 oktober 1994 tot en met 12 oktober 1995 te [plaats], meermalen, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten (telkens) een formulier van de Sociale Verzekeringsbank ("AOW Aanvraag om ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet") en een formulier van de Belastingdienst ("Loonbelastingverklaring"), waarop opgave moest worden gedaan (onder meer) van (respectievelijk) zijn, verdachtes, leefsituatie en/of het voeren van een gezamenlijke/gemeenschappelijke huishouding - (telkens) valselijk heeft opgemaakt, immers heeft verdachte (telkens) valselijk vermeld dat hij niet samenwoonde met zijn partner en/of dat hij duurzaam een huishouding voor hem alleen voerde en (telkens) dat formulier ondertekend, (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803, en de alinea staat in dat document op bytes 5279 tot 6181.