Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3280.

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 4 april 2001 te [plaats], in strijd met een hem bij of krachtens de bepalingen van de Algemene Ouderdomswet, althans enig wettelijk voorschrift, opgelegde verplichting om inlichtingen en/of gegevens te verstrekken, een aangifte of mededeling te doen of een verklaring af te leggen, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, te weten samenwoning met en/of het voeren van een gezamenlijke/gemeenschappelijke huishouding met [medeverdachte], zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk nagelaten tijdig aan de Sociale Verzekeringsbank te Breda door te geven/te melden dat hij samenwoonde met en/of een gezamenlijke/gemeenschappelijke huishouding voerde met [medeverdachte];"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803, en de alinea staat in dat document op bytes 6843 tot 7976.