Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3280.

"De politierechter acht de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig op het punt dat het bed niet door hem en de medeverdachte [medeverdachte] is beslapen. Van een huurovereenkomst zoals door de verdachte gesteld is de politierechter niet gebleken. Uit hetgeen uit de bewijsmiddelen blijkt is er wel degelijk sprake van een economische eenheid."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803, en de alinea staat in dat document op bytes 9761 tot 10121.