Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3280.

8. De steller van het middel kan worden nagegeven dat voor zover bewijsmiddel 4 het meningsverschil tussen de verbalisant en verzoeker relateert dit bewijsmiddel weinig steun biedt aan de bewezenverklaring. Het bewijsmiddel bevat echter ook waarnemingen van de verbalisant (en het commentaar daarop van verzoeker) en in zoverre ondersteunt het de bewezenverklaring wel. Mijns inziens kan men in de overweging van de rechtbank niet lezen dat zij de in dat relaas weergegeven woorden van verzoeker als een kennelijk leugenachtige verklaring beschouwt en in zoverre voor het bewijs bezigt. De rechtbank geeft als haar oordeel dat er wel van een economische eenheid sprake is en acht de andersluidende verklaring van verzoeker ten aanzien van het `echtelijk' bed ongeloofwaardig. Dat dient de duidelijkheid, maar is geen geforceerde bewijsmanoeuvre. In het licht van de overvloedigheid van de overige bewijsmiddelen meen ik niet dat er serieus bezwaar tegen de opname van het vierde bewijsmiddel in vonnis en arrest bestaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0feaaa2ee87934c1f6a26dae2cf71af811dac3144b48bfcfcfd447bd9927e803, en de alinea staat in dat document op bytes 10159 tot 11192.