Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 116 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3290.

5.7 De arresten stammen uit een periode waarin bescherming van zwakkeren en heel in het bijzonder ook van werknemers die slachtoffer zijn geworden van arbeidsongevallen en beroepsziekten hoog in het vaandel stond geschreven. In de asbestzaken heeft, denk ik, ook een rol gespeeld dat het ging om dodelijke ziektes waarbij de benadeelde aan het eind van zijn leven ernstige pijn leed.(26) Bezien door hedendaagse bril - ik erken het - is niet gemakkelijk voorstelbaar dat men enkele decennia geleden geen oog had voor dergelijk lijden. Of, iets anders gezegd, dat een werkgever niet gehouden was om adequate maatregelen te treffen ter voorkoming daarvan in situaties waarin hij bekend was met die gevaren. Dat de werkgever daartoe niet zou zijn gehouden, is al helemaal moeilijk voorstelbaar in een context waarin, andermaal onvermijdelijk(27) bezien vanuit onze optiek, de werkomstandigheden zéér ernstig te wensen overlieten zoals veelal het geval was in de eerder beslechte zaken.(28)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23e112bc614fc0cc2b315e210bf154b832b17a729975a862e971440a99c515f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23e112bc614fc0cc2b315e210bf154b832b17a729975a862e971440a99c515f6, en de alinea staat in dat document op bytes 40608 tot 41609.