Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3290.

7.5 De onder B (ii) e verwoorde stelling heeft het Hof besproken en onjuist bevonden.(63) Daarom is geen sprake van een hypothetisch vaststaand feit. Datzelfde lot is B (ii) f beschoren. Uit rov. 4.36- 4.38 van het tussenarrest blijkt dat het Hof deze stelling onder ogen heeft gezien en heeft verworpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23e112bc614fc0cc2b315e210bf154b832b17a729975a862e971440a99c515f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23e112bc614fc0cc2b315e210bf154b832b17a729975a862e971440a99c515f6, en de alinea staat in dat document op bytes 59081 tot 59398.