Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3290.

7.8 Aldus heb ik de onder B ii a en d geponeerde stellingen nog niet besproken. De eerste heeft het Hof niet van belang geacht (rov. 4.11 van het tussenarrest en rov. 2.11 en 2.12 van het eindarrest). Omdat deze stelling is gewogen en te licht bevonden, zal er in cassatie niet veronderstellenderwijs van mogen worden uitgegaan. Dat geldt daarmee eveneens voor de slotstelling verwoord onder B ii d.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23e112bc614fc0cc2b315e210bf154b832b17a729975a862e971440a99c515f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23e112bc614fc0cc2b315e210bf154b832b17a729975a862e971440a99c515f6, en de alinea staat in dat document op bytes 60615 tot 61027.