Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3296.
5.8. Onderdeel 3 richt zich tegen rov. 6.2 waarin de rechtbank de stelling van [eiser], dat Hovap opdrachtgevers bij Process House heeft geïntroduceerd en aan Process House heeft overgedragen, heeft verworpen. De overweging van de rechtbank in rov. 6.2 i.f. dat de stelling van [eiser] uitsluitend zou zijn gebaseerd op vermoedens en niet nader onderbouwd zou zijn, is volgens het onderdeel onbegrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd in het licht van hetgeen [eiser] bij conclusie van repliek (onder 3, met verwijzing naar productie 2 bij die conclusie) heeft gesteld, namelijk dat de directeur van Hovap, [betrokkene 1], in een interview met het Sneeker Nieuwsblad heeft verklaard dat er in zekere zin sprake was van een overdracht van relaties.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aed1b2c126a409694e8c5eb56abc1032ffa1820af4a84323c3022b4452cb05c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aed1b2c126a409694e8c5eb56abc1032ffa1820af4a84323c3022b4452cb05c, en de alinea staat in dat document op bytes 32591 tot 33357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7aed1b2c126a409694e8c5eb56abc1032ffa1820af4a84323c3022b4452cb05c | shasum -a 256