Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004
Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3721.
9. In HR 1 juli 1997, NJ 1998, 242, m.nt. JR, was aan de orde een geval waarin de veroordeelde een partij sieraden had gestolen, het hem ter zake daarvan wederrechtelijk verkregen voordeel werd ontnomen en het Hof dat voordeel had gesteld op de waarde die de veroordeelde daarvoor in het criminele circuit kon verwerven ondanks het feit dat het gestolene de veroordeelde inmiddels was ontstolen voordat hij deze te gelde kon maken. Aan deze complicatie kwam de Hoge Raad niet toe. De annotator Reijntjes liet zich wel uit over de vraag of er van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden gesproken wanneer het gestolene teniet is gegaan of anderszins uit handen van de verkrijger is geraakt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458, en de alinea staat in dat document op bytes 7264 tot 7972.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458 | shasum -a 256