Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AR3721.
Maar niet alleen hierdoor zal de rechter zijn bewogen om ook wat is geconsumeerd tot het voordeel te rekenen; we zagen immers al, dat slechts bij uitzondering louter het uiteindelijke voordeel telt. Anders gezegd: het voordeel kan mede, en zelfs uitsluitend, bestaan in genot (HR 9 januari 1996, NJ 1996, 305). Maar dan ligt het voor de hand om, wanneer niets is genoten (de buit is verloren of geroofd, de gestolen auto tijdens de vlucht kapotgereden), ook geen voordeel aan te nemen; zo ook Van der Neut, in M.S. Groenhuijsen/J.L. van der Neut/J. Simmelink (red.), "Ontneming van voordeel in het strafrecht. De nieuwe wetgeving in theorie en praktijk", Gouda Quint, Arnhem 1997, p. 56. Of zich daadwerkelijk zulk een geval voordoet, hangt van de omstandigheden af en is een vraag van zo feitelijke aard, dat de beantwoording ervan in cassatie zelden valt te toetsen. (...)"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458, en de alinea staat in dat document op bytes 9099 tot 9987.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1dea59c8521668ea78f68e4d35b78bd7babc1ec56dd559bc637b17c563264458 | shasum -a 256